Cusco and around deel 2

Dag 6

Vandaag gaan we mountainbiken en de zoutvelden van Maras en nog wat Inca overblijfselen bezoeken in Moray. Op weg naar het meetingpoint komen we langs het Plaza de Armas, hier is een festiviteit van de politie gaande. Er wordt gemarcheerd door allerlei verschillende politie en legereenheden. Er komen heel wat interessante outfits voorbij, maar die van de vrouwelijke verkeerspolitie is mijn favoriet. Deze dames lopen er patent bij.

Richard komt ons ophalen en we krijgen mountainbikes en een integraalhelm. Daarna fietsen we kriskras door Cusco naar een busstation. Volgens Yvo was ik als vrouw met roze jas op een fiets de bezienswaardigheid van de ochtend voor de locals hier. Op het busstation nemen we een ‘collectivo’, een lokale bus, naar een punt op 4 km van Maras, de reis duurt bijna 1,5 uur. Fietsen op de bus en gaan!


We starten onze tocht en fietsen de eerste heuvels op. Ik krijg na 1,5 kilometer al bijna last van hyperventilatie. Wat is er in hemelsnaam met mij aan de hand? De helm gaat in ieder geval af want die helpt ook niet mee en we fietsen rustig naar Maras. Wat is dit ontzettend pittig! Ik check mn hoogtemeter-app en we blijken op 3300 meter te zitten. Niet gek dus dat het niet zo lekker gaat. Topsporters zitten lager als ze op hoogtestage gaan, op 2000 tot 2500 meter.


Het is hier geen meter vlak en het is 12 kilometer fietsen naar Moray, grotendeels bergop. Het voelde een beetje als een constante Keutenberg maar dan met gaten in de weg. Onderweg als we even een break hebben stopt er een ‘coureur locale’ die aanbiedt ons naar Moray te brengen. We overleggen even maar nadat ik zeg dat we geen mountainbiketocht hebben geboekt om met de taxi te gaan, besluiten we rustig door te fietsen. Ik heb inmiddels het gevoel dat ik al twee keer Alpe d’Huez in de benen heb en het zuurstofgebrek op deze hoogte zorgt ervoor dat alles zoveel zwaarder is. Ook voel ik mijn onderrug. Dat baart mij wel een beetje zorgen.


Uiteindelijk komen we aan bij Moray. Dit was vroeger een Inca laboratorium. Hier werden allerlei gewassen geplant en utgeprobeerd. Beneden in de cirkel was het warmer dan boven en het temperatuurverschul per cirkel is 2-4 graden. Het ziet er erg indrukwekkend uit.


Ik besluit om niet verder te fietsen aangezien het net niet helemaal soepel ging met mijn rug. Richard zoekt een taxi en prompt komt onze coureur locale van zojuist aanrijden met toeristen. Deze chauf wil ons wel terug naar Maras brengen voor 30 soles. Dat is 8 euro. Ik vind het een werelddeal. We gaan met z’n drieën mee en de fietsen gaan achterin. Dat past natuurlijk helemaal niet, maar met de voorwielen eruit en wat pas en meetwerk komen de chauf en Richard een eind. Beren op de weg kennen ze hier niet, enkel lama’s.


In Maras gaan we eten bij een klein dorpsrestaurantje voor locals. Ik heb immodium bij me dus ik vind het allemaal prima. Het eten blijkt ook prima. Onze chauf heeft op ons gewacht en brengt ons wederom voor 30 soles naar de zoutvelden. Die weg had ik absoluut niet willen fietsen. Mijn hoogtemeter geeft namelijk 3500 meter aan. De zoutvelden zien er erg indrukwekkend uit. Erg zijn hier ruim 5000 baden, waarvan 20% lokaal worden uitgebaat en 80% door grote bedrijven. Het water komt van een zoutwaterbron. Zoiets in de bergen hebben we nog niet eerder gezien.


Daarna dalen we af richting Urumbamba, weer met de mountainbikes. De afdaling is meer hiken dan fietsen, want het is erg smal en steil. Heel nice op m’n Nikies. Daarna nog een pittige klim. Ik heb het idee dat ik klaargestoomd ben om de Marmotte te fietsen en ben als een kind zo blij wanneer we het busstation van Urumbamba zien. Stomme Nederlanders zijn we, die denken dat ze overal maar kunnen gaan fietsen.



Dag 7

Vandaag vervolgden wij ons trainingskamp en ging de wekker om 02.00. Geen grap. Om 02.15 werden we opgehaald voor de hike die heel hoog op de lijst stond: De Vinicunca rainbow mountain hike. De rit naar de voet van de hike duurde 3 uur en we probeerden nog wat te slapen in het busje. Daarna ontbeten we op 4100 meter in een berghutje voordat het grote avontuur begon.


We hadden deze hike geboekt bij een bureau dat alleen met kleine groepen en al eerder dan de andere groepen vertrekt, zodat ze als eerste bij de berg aankomen. Het vroege opstaan is dus zeker ergens goed voor. We kwamen als eerste bij de voet van de hike aan en de twee andere dames uit onze groep huurden een paard die hen de berg op zou brengen. De hike begint namelijk op 4300 meter en eindigt op bijna 5000 meter. Ik besloot gewoon te gaan lopen, paardrijden hebben we immers een paar dagen geleden al gedaan.


De hike begon ‘Andean flat’, maar was gelijk erg zwaar. Ik was duizelig en had het idee dat ik werd teruggeduwd als ik omhoog wilde lopen. Ik was niet de enige dus we deden gelukkig rustig aan. Yvo had tijdens het ontbijt al hoofdpijn gekregen van de hoogte maar liep nu aardig door met die hardloopconditie van hem.


Het was best fris onderweg, ik schat een graad of 5. Het water op een meertje waar we langskwamen was bevroren dus ’s nachts vriest het hier blijkbaar. Het is dus misschien maar beter dat we de Inca trail niet helemaal konden doen, want dan hadden we met deze temperaturen in een tent moeten slapen.


Na ongeveer 3 uur omhoog lopen met op het laatst een heel steil stuk, bereikten we de rainbow mountain. Echt prachtig. Yvo was als eerste boven maar werd daar zo ziek als een hond. We zaten inmiddels op 4984 meter. Na wat foto’s, bananen en quinoa repen daalden we weer af. Nu zagen we ook pas hoe mooi de omringende bergen zijn. Ook allerlei kleuren en de hoogste berg van Zuid-Peru, de Ausangate, was te zien en was mooi besneeuwd.


Na een tocht van ruim 10 kilometer kwamen we weer bij ons busje aan. Dit waren de zwaarste 10 hike kilometers uit mijn leven. Maar wel ontzettend mooie.


’s Avonds eten we bij Marcelo Batata, een topchef uit de regio. Hij is ook eigenaar van Uchu, waar we eerder aten. Marcelo heeft het goed voor elkaar, het eten is geweldig en hij heeft leuk personeel dat zichtbaar lol in het werk heeft. We drinken een Peruaanse Malbec bij onze gerechten en die smaakt goed. Ook de Peruaanse Muscato bij het dessert is top. Een fijne afsluiter van een kleurrijke dag.

Dag 8

Dit is onze laatste dag in Cusco. We bezoeken in de ochtend Sacsaywaman, een oude nederzetting en fort, wederom gebouwd in de tijd van Inca Patchacutec. Onderweg zie ik een lieve kleine Alpaca staan, daar moet ik natuurlijk mee op de foto.


We lopen heel wat trappen op want dit ‘dorp’ ligt op een heuvel boven Cusco. Groot en indrukwekkend en ook wat grappige dingetjes zoals een labyrinth in de grotten (ik was blij met de zaklamp op mn iphone) en een ‘natuurlijke glijbaan’. Ook is het mogelijk om op de troon van de Inca en zijn vrouw plaats te nemen. Die kans lieten wij uiteraard niet onbenut.


Daarna lopen we nog wat extra trappen op naar het jezusbeeld dat over Cusco waakt.

Vervolgens lopen we Cusco centrum weer in en lunchen we bij het restaurant dat op nummer 1 staat op Tripadvisor: Le Buffet Frances. Een lief zaakje van een Francaise die in Peru is neergestreken en in haar restaurant Franse recepten bereidt met Peruaanse ingrediënten. Je kunt hier ook racletten maar ik besluit kaasofoob Yvo dat niet aan te doen en voor de croque monsieur te gaan met Alpaca ham. Echt heerlijk! Yvo gaat voor een baguette met Alpaca paté. Uiteraard nemem we hierna nog een tartelette.

Daarna gaan we shoppen. We kopen beiden een hoed want hoewel we allebei gezegend zijn met een volle coupe, verbrand je hier levend op je hoofd en in je nek. Ik moet nog een beetje wennen aan ‘ons met hoeden’ en schiet regelmatig in de lach. Daarna willen we nog een biertje drinken en zie ik bij toeval een leuk biercafé. We drinken een Peruaans gemberbiertje en IPA.


Dan is het tijd om richting onze volgende bestemming te gaan: Arequipa. Hier in de buurt gaan we een driedaagse hike doen in de Colca Canyon, waar je supergoed condors schijnt te kunnen spotten. Die beesten zijn supergroot en kunnen een spanwijdte van wel 3 meter hebben vertelde gids Bruno ons. Op weg naar de bus rijden we door China town. Wat een winkeltjes! Alleen geen Chinees persoon te zien hier, de winkeltjes worden allemaal uitgebaat door Peruanen. Heel grappig om te zien want de inrichting van de winkeltjes is wel zoals we die kennen van de Chinezen. Helaas ben ik te laat om hier een foto van te maken.


Bij de busterminal aangekomen blijkt dat onze busmaatschappij een eigen station heeft. Wij reizen met Cruz Del Sur, de maatschappij die als veiligste bekend staat hier. Er komen hier in Peru nog weleens wegblokkades voor die gemaakt zijn door Peruanen die bussen met rijke toeristen willen beroven. De Cruz Del Sur bussen hebben een radar aan boord om die blokkades van tevoren op te merken, zodat nog op tijd gestopt en omgekeerd kan worden. Een prettig idee. Op de terminal wordt onze bagage ingecheckt net als op een vliegveld. Vervolgens wordt onze handbagage gecheckt, worden we bij het instappen gefouilleerd en worden we gefilmd. In de bus worden we nogmaals gefilmd door een soort douanier. Redelijk heftig. Je mag in je handbagage ook geen messen etc meenemen dus de veiligheid wordt hier serieus genomen. De bus is superluxe, de stoelen lekker breed en ze kunnen bijna helemaal plat. Ook krijgen we hier een diner geserveerd en is er wifi. Nu hopelijk nog lekker slapen en dan is de reis, die 10 uur duurt, geslaagd. Arequipa here we come!